|

ONLINE SNAREN BESTELLEN
|
|
JEAN DE SMET -GROOTHANDEL IN STRIJKSTOKKEN -
levert niet aan particulieren
- JEAN DE SMET
|
|
De 60 onderdelen van de viool
Onder andere:
- de krul
- schroevenkast
- hals
- corpus
- zijblad
- toets
- de stapel
- sordino
- kam
- bovenblad (twee stukken)
- bies
- zangbalk
- achterblad(twee stukken)
- kielhoutje
- stemknoppen
- basbalk
- kinsteun
- randinleg
- staartstuk
- kinhouder
|
|
Jacobus Stainer (Absam, circa 1617 - Absam, oktober 1683) was een Oostenrijkse vioolbouwer. Tot 1800 was hij een van de belangrijkste vioolbouwers ten noorden van de Alpen. Pas vanaf het begin van de 19e eeuw werden de violen van Italiaanse vioolbouwers ook daar belangrijker.
Leven
Tussen 1626 en 1630 wordt Stainer onder andere in het Latijn onderwezen door de schoolmeester van Absam. Zijn latere brieven en geschriften bewijzen dat hij een goede opleiding heeft gehad en dat hij de Italiaanse taal beheerste. Wellicht heeft Stainer als koorjongen gezongen in het koninklijke damessticht in Hall en aan het Innsbrucker hof. Waarschijnlijk heeft hij vervolgens een opleiding tot meubelmaker gevolgd, omdat leerlingen die vioolbouwers wilden worden eerst deze opleiding moesten voltooien indien zij geen zoon van een vioolbouwer waren. Jacobus Stainer werd vervolgens
tussen 1630 en 1644 in Italiė, vermoedelijk in Venetiė, tot vioolbouwer opgeleid en waarschijnlijk werd hij daarbij onderwezen door een Zuid-Duitse meester. Er zijn aanwijzingen dat Stainer werkzaam is geweest in de werkplaats van de familie Amati in Cremona, wat zou kunnen verklaren dat Stainer veel meer tijd voor zijn opleiding nodig had dan de vijf jaar die ervoor stonden.
Vanaf 1644 begint Stainer zelfstandig violen te bouwen. Hij verkoopt zijn instrumenten aan kloosters en hoven in Salzburg, Innsbruck, München, Venetiė, Bozen, Neurenberg, Kromerķ˛ en Meran. Hij heeft echter nooit een leerling in dienst genomen om zijn vaardigheden aan een volgende generatie door te geven.
Op 26 november 1645 trad Stainer in Absam in het huwelijk met Margaretha Holzhammer. Hierna werkte hij voornamelijk in zijn geboorteplaats, maar was hij veel op reis om zijn violen aan de man te brengen of om materialen te kopen. In 1646 levert hij zeven instrumenten aan het Innsbrucker Hof. In 1649 is hij als altist en assistent van het parochiekoor in Meran werkzaam. In 1656 koopt hij een huis in Absamer Oberdorf, dat ook tegenwoordig nog bekend staat als het ''Stainerhuis''. Aartshertog Ferdinand Karel van Tirol verleent Stainer in 1658 de titel "aartsvorstelijk bediende", maar deze titel vervalt zodra Ferdinand Karel in 1662 overlijdt. Keizer Leopold I verleende hem echter in 1669 de titel "keizerlijk bediende". In 1668 werd Stainer beschuldigd van ketterij en werd hij ontboden naar Brixen, waar het gerecht van de prins-bisschop zetelde. Omdat hij niet kwam opdagen werd een huiszoekingsbevel uitgevaardigd en werd een geheime inquisitie aangewezen. Ondanks deze strijd met de katholieke kerk kreeg Stainer in de periode tussen 1670 en 1679 opdrachten vanuit Meran, Salzburg, Schwaz, München en Neurenberg. Vanaf 1680 kreeg hij echter steeds vaker last
van depressieve aanvallen en in oktober 1683 overlijdt hij, zowel financieel als geestelijk gebroken.
Instrumenten
De instrumenten die Stainer geproduceerd heeft, worden gekenmerkt door een hoge welving van de bladen. De violen geven een mooie, heldere klank. De barnsteengekleurde lak op de violen wijst op connecties met Italiaanse vioolbouwers. In de 18e eeuw werd voor een Stainer een veel hogere prijs betaald dan voor violen uit Cremona, van de hand van Amati of Stradivarius.
Stainers instrumenten werden door een groot aantal violisten bespeeld. Zo waren tien van de 26 violen die de Italiaanse violist Francesco Maria Veracini bespeelde van de hand van Stainer. De Oostenrijkse componist Heinrich von Biber stond in contact met Stainer. Ook Francesco Geminiani bespeelde een Stainer, evenals Giuseppe Tartini. In
1787 schonk een vorst uit het Bohemische adelgeslacht Lobkovic een viool van Stainer aan Wolfgang Amadeus Mozart. Volgens overlevering zouden meerdere orkestleden van het orkest van Johann Sebastian Bach gespeeld hebben op "goede violen en celli van Tiroler makelij", hoogstwaarschijnlijk van de hand van Stainer.
|
|
|
Nieuw:STRIJKERS.NET !
Kijk gerust eens piano rond op deze site !
De viool is een snaarinstrument met een viertal snaren.
De klank wordt voortgebracht door de snaren in trilling te brengen met een strijkstok.
INFO
Hier vindt je informatie over
Nederlandse vioolbouwers en hun websites.
"Viva fui in sylvis,
Fui dura occisa securi.
Dum vixi tacui,
Mortua dulce cano."
"Quand je vivait,
je ne chante pas,
maintenant je suis mort
et je chante ą haute voix"
|
|  BEROEMDE VIOOLBOUWERS | |
|
Andrea Amati
Antonio & Girolamo Amati
Nicolņ Amati
Girolamo (II) Amati
Dom Nicolo Amati
Gregorio Antoniazzi
Tomaso Balestrieri
Anselmo Bellosio
Carlo Bergonzi
Giovanni Maria del Busetto
Bernardo Calcagni
Camillo Camilli
Gioffredo Cappa
Lorenzo & Tomasso Carcassi
Paolo Castello
G. F. Celoniati
G. B. Ceruti
Giuseppe Ceruti
Enrico Ceruti
Felix Mori Costa
Pietro Antonio dalla Costa
Giuseppe Dall’aglio
Tomaso Eberle
Francesco Emiliani
Annibale Fagnola
- LIJST VAN OUDE MEESTERS
|
|
GOOGLE PAGE RANK


|
|
|
|  VIOOLBOUWER VAN DE MAAND DECEMBER | |
|
IN THE SPOTLIGHT
MATHIJS HEYLIGERS
- MATHIJS HEYLIGERS 
|
|
GEREEDSCHAP

INLIJMEN VERSTEVIGINGSLIJSTJES
|
|
CURSUS VIOOLBOUW
De vioolbouwers Peter Brandt en Bart Straatemeier organiseren twee maal per jaar een cursus Vioolbouw in Assen.
- CURSUS VIOOLBOUW
|
|
Vioolbouwer,
door Drs. Marina van Dongen
Sophie gaat op vioolles. Vandaag gingen we naar een vioolbouwer in Baarn, ons tamelijk dwingend aanbevolen door de aanstaande viooljuf (klinkt als deal, percentages, lucratief enz. enz. voor beide partijen).
Toen ik de vioolbouwer belde voor een afspraak, hoorde ik dat je een viool huurt vanaf een tientje per maand.
Het ging uiteindelijk zo. Toen we arriveerden lagen er al twee violen klaar voor Sophie. Zogenaamde 'halve' viooltjes, voor een kind van haar lengte. De vioolbouwmevrouw vertelde dat ze op allebei een liedje zou spelen zodat we konden horen welke we het mooist vonden.
De eerste klonk hard, snerpend, onaangenaam.
De tweede klonk warm, mild en mooi.
Een keuze was dus snel gemaakt en unaniem. Het huurcontract kon worden opgemaakt. De printer draaide de rekening uit en de vioolmevrouw gaf uitleg: 'het zijn twee fabrieksviooltjes, maar het ene heeft een dunner bovenblad en klinkt daardoor wat scheller. Die is tien euro per maand. U hebt de andere viool gekozen, van vijftien euro per maand.'
Wat een slimme aanpak: ik kon toen natuurlijk niet meer zeggen; ' doe dan toch maar die snerpende die we eerst niet mooi vonden...'
Ik heb maar gemompeld: 'nu ja, zo mooi klinkt het in het begin toch al niet en dan kun je maar beter een goed instrument hebben...'
Voor de goede orde: als ik het van tevoren had geweten, had ik de goedkope genomen. Het klinkt namelijk in het begin toch al niet en wat mij betreft maakt het dus niet uit op wat voor brandhout je begint. Na een jaar wordt het pas een serieuze zaak.
(tel erbij op de borg van vijfenzeventig euri en het feit dat je een halfjaar vooruit moet betalen en 'dengdengdeng' daar gaan m'n nieuwe laarzen...)
|
|  MAX MÖLLER GAAT SLUITEN | |
|
MAX MÖLLER GAAT SLUITEN NA 117 JAAR
HET PAROOL. 14 oktober 2006
117 jaar vioolbouw ten einde
De wereldberoemde firma Max Möller & Zn aan de Willemsparkweg gaat dicht. Drie generaties vioolbouwers hebben er strijkinstrumenten gebouwd, gerestaureerd én verhandeld. Nu de vierde generatie de zaak niet overneemt, vindt Cornélie Möller dat ze de deur moet sluiten. 'Ik kan de techniek en ethiek van de Möllers niet garanderen als ik de zaak overdoe.'
Afscheid van een instituut.
HANNELOES PEN
Atelier en winkel gaan dicht Cornélie Möller opent de deur van de werkplaats boven. Op de werkbank liggen vier vioolbladen. In het hout, dat met zelfgemaakte lak is bewerkt, staat de naam Max Möller gebrandmerkt. Aan de muur naast de werkbank hangen twee brandstempels. "Die moet ik goed opbergen. Ze mogen niet in verkeerde handen vallen, want dan is een rotviool ineens een Möller-viool."
Cornélie Möller (55) kwam in 1976 kort na haar huwelijk met Berend Max Möller - na de oude en de jonge Max Möller de derde generatie - in de zaak. Ze deed de administratie en hielp mee in de winkel. "Een klant in de werkplaats was ondenkbaar. Ik was een soort postiljon. Ik pakte de violen voor reparatie aan, hoorde wat de klachten waren en bracht dat over aan de mensen in de werkplaats."
De werknemers mochten absoluut niet in contact komen met de klanten. "Want als ze eens voor zichzelf zouden beginnen, konden ze klanten meenemen. Men was altijd beducht voor concurrentie. De meeste klanten wisten niet eens dat er nog twee vaste medewerkers waren. Mijn schoonvader deed alsof hij alles zelf repareerde."
In de tweede werkplaats, achter in de zaak, staan de werkbank waar de strijkstokken werden behaard, en de enorme lintzaag nog. "Die lintzaag is nooit stuk geweest. We hadden alleen steeds meer moeite om iemand te vinden die dat ding kon slijpen."
Op de kast zit een sticker van het Duitse vioolbouwersmekka Mittenwald, waar de Möllers het vak hebben geleerd. Er hangt een geur van ouderwetse 'parfum' van lak en hout. "Ik kwam uit de reclamewereld, veel flash. Toen ik voor het eerst de werkplaats binnenkwam, leek het wel alsof ik de vorige eeuw instapte."
Ook de winkel is sinds de opening geen spat veranderd. De toonbank met het groene vilt staat nog in het midden achterin. Daarachter hangen foto's van beroemde musici als Yehudi Menuhin, David Oistrach, Pierre Fournier, Theo Olof en Herman Krebbers met persoonlijke boodschappen. 'To both the Möllers, whose warmth and handsome graciousness make Amsterdam for me a visit to anticipate and enjoy, from the travelling fiddler Isaac Stern.'
Sinds de aankondiging op de deur dat de zaak eind december wordt gesloten, ontvangt Cornélie Möller stapels bedankbrieven, ansichtkaarten en bossen bloemen. Olga Juda schrijft in een brief hoe haar man Jo Juda een viool van Max Möller kreeg terwijl hij in het concentratiekamp Buchenwald zat. Cellist Janos Starker schrijft: 'The world of strings will miss you.' Eén van de klanten herinnert zich hoe hij als klein jongetje in de kamer achter de winkel verschillende violen mocht proberen.
In de glazen vitrines achter de winkel hangen nog violen, waaronder tien ongelakte instrumenten die Berend Möller heeft gemaakt. "De instrumenten hangen meestal een jaar in het licht, opdat het hout zich kan voegen. Daarna worden ze pas gelakt."
Berend zou niet meer toekomen aan het lakken. Hij werd in 1989 bij een roofoverval vermoord. Cornélie zette de zaak zelf voort. Ze hoopte dat één van haar kinderen de zaak later zou overnemen. "Het was niet gemakkelijk. Ik was zelf geen vioolbouwer. Maar ik had vreselijk veel steun aan mensen uit het vak, zoals de experts van J&A Beare in Londen. En aan onze eigen werknemers natuurlijk. Hartmut Leonardt, chef van de werkplaats, heeft 43 jaar bij ons gewerkt. Hij is kort geleden met pensioen gegaan. Dat was ook één van de redenen voor mij om nu te stoppen."
Cornélie Möller heeft al heel wat kasten leeggeruimd. Dat was een hele klus. "Ze hebben nooit iets weggegooid. Er zijn dozen met oude schroeven, kammen, kinhouders, schoudersteunen, stapelzetters en snaren. Elk stukje hout werd bewaard, want stel dat ze dat nou net nodig hadden."
Tussen de dozen liggen ook antieke basklemmen uit 1910. "Ineens vond ik een originele kam van de Italiaanse vioolbouwer Enrico Rocca. Uit een ander laatje kwamen vier originele schroeven van een Gagliano-viool. Er zitten spullen tussen die eigenlijk in een museum passen."
In de achterkamer hangt een schilderij van grootvader Max en zijn zoon. Met strenge blik observeert grootvader Max een viool. "Ja, ze waren streng. In de zin van respect afdwingen. Ze zagen er ook altijd pico bello uit: met een jasje en een hemd met een gesteven bord zaten ze in de werkplaats te werken."
Hun hele leven stond in het teken van het bouwen en restaureren van strijkinstrumenten. "Shlomo Mintz kwam altijd langs als hij in het land was. Of hij zocht iets, of hij kwam zomaar voor een praatje. Net als Rostropovitsj. En de Möllers werden altijd uitgenodigd voor een concert. Ze zaten wel drie, vier keer per week in het Concertgebouw. In de werkplaats klonk altijd klassieke muziek. Ze stonden ermee op en gingen ermee naar bed."
De handel was een belangrijk onderdeel van hun vak. "Mijn schoonvader was er een meester in een passende viool voor iemand te vinden. Hij voelde perfect aan welke viool bij iemand hoorde."
Violist Theo Olof kan dat beamen. In 1933 vluchtte hij uit Duitsland naar Nederland. Hij werd leerling van Oscar Back. "Back vroeg Möller of hij niet een viool voor mij te leen had. Ik mocht toen op een Amati uit 1618 spelen. Pas later zag ik op een expositie in Cremona dat die Amati van mij voor wonderkinderen was bestemd." Olof kocht later voor zichzelf een Lupot. "Het was een prachtige viool, maar het klikte niet tussen ons. Op een dag - ik was toen al diep in de veertig - kreeg ik een telefoontje van Max. Hij zei: 'Ik heb nu een viool gevonden waarnaar jij je hele leven hebt gezocht.' Het was een Franēois Louis Pique uit 1797. Die klonk prachtig. Hij had een grote toon, die in een grote zaal ver droeg. Het was liefde op het eerste gezicht. We hebben onze violen met gesloten beurs geruild. Ik heb er tot mijn zeventigste op gespeeld en er nooit spijt van gehad." Cornélie Möller: "Dat fingerspitzengefühl had mijn schoonvader als geen ander. Hij lette op de handen. Iemand met smalle vingers kreeg een heel andere viool dan iemand met dikke vingers. Zo vond mijn schoonvader een Stradivarius voor Salvatore Accardo."
Max KON, vertelt Cornélie Möller, ook goed taxeren. "Hij zei altijd dat vrouwen wel prachtig konden restaureren, maar geen oog hadden voor de waarde van een viool. Dat was een mannenvak."
Cornélie heeft zich altijd thuis gevoeld in die mannenwereld. Anekdotes te over. "De cello van Yo Yo Ma had een kiertje. Of we die snel voor zijn concert nog konden repareren. Kwam er ineens een taxi aanrijden met alleen een cello erin. Tegen vijven kwam Yo Yo Ma zijn instrument zelf ophalen. Ik weet nog dat hij Hartmut Leonardt om de hals vloog en hem drie dikke zoenen gaf."
De beslissing om te stoppen was voor Cornélie vreselijk moeilijk. "Leonardt ging met pensioen. Kun je een vervanger, iemand die jong is, aan de viool van Shlomo Mintz laten zitten? Mijn beide kinderen wilden niet in de zaak verder gaan."
"Bij mijn zoon, die advocaat is geworden, stonden de tranen in zijn ogen toen ik had besloten de zaak te sluiten. Het juk viel van zijn schouders. Ik kon de zaak natuurlijk voortzetten met een partner of hem verkopen. Maar je moet de klanten dezelfde techniek en ethiek garanderen die zij 117 jaar van de Möllers gewend waren. En dat kon ik dan niet. Het was een gedwongen keuze. Als ik straks boven kom - als er een boven is - hoop ik dat ze alle drie tegen me zeggen: 'Dat heb je goed gedaan, meisje."
Paul Max Möller ( 1875-1948 ) werd in 1875 in het Saksische stadje Markneukirchen geboren. Als veertienjarige kwam hij in de leer bij Robert Nürnberger. Hij werd daarna assistent van Heinrich Th. Heberlein jr., die als een meester in de vioolbouw gold. De naam Max Möller werd ver buiten het Duitse plaatsje bekend, staat in 40 jaar Max Möllers Vioolbouw 1913-1953 van Louis Couturier.
Möller ging in 1900 aan het werk bij de bekende meester Max Möckel in St. Petersburg en zag daar de schitterende instrumenten die in het bezit waren van Russische aristocraten. Met de Russische chemicus Golonin analyseerde hij de lak van vele Stradivarius-violen.
Op zijn dertigste keerde hij terug in Amsterdam om chef d'atelier te worden bij Karel van der Meer in Amsterdam. In 1913 opende hij op de Leidsegracht een eigen atelier. Het atelier werd later verplaatst naar de PC Hooftstraat.
Jonge vioolbouwers uit Zweden, Zwitserland, Duitsland en Italiė bezochten het atelier om er kennis op te doen. Het werd één van de belangrijkste ateliers in Europa, dat in 1925 verhuisde naar de huidige zaak op de Willemsparkweg 15.
Möller bouwde niet alleen violen - vooral zijn altviolen zijn vermaard - maar beschikte ook over een grote collectie oude instrumenten. De in- en verkoop van instrumenten - er zijn maar weinig mensen in de wereld die écht verstand van oude instrumenten hebben - was een lucratieve bezigheid, al kwam het vaak voor dat violen jaren in de kluis bleven liggen. Ook kregen musici die een instrument wilden kopen, soms maanden de gelegenheid om te bekijken of het instrument wel bij hen paste.
Guillaume Max Möller jr. (1915-1985) leerde het vioolbouwen op de vioolbouwschool in Mittenwald. Hij werd enige tijd assistent van Fernando Sacconi, een grote Italiaanse vioolbouwer in New York. Terug in Nederland werkte hij intensief samen met zijn vader, die in 1948 overleed. Möller jr. nam de zaak over. Zijn kennis was zo groot dat hij in 1937 één van de experts was bij de Stradivarius-tentoonstelling in Cremona, waarover nu nog wordt gesproken.
Elke belangrijke viool die in handen is geweest van de Möllers, is gefotografeerd. Het archief bevat duizenden foto's. Violisten als Herman Krebbers, Jo Juda en Nap de Klijn bespeelden een Stradivarius die door de firma Möller speciaal voor hen was gekocht en gerestaureerd.
Max jr. publiceerde in 1955 The violin-makers of the Low Countries, een standaardwerk over vioolbouw in de Lage Landen. Voor een altviool van zijn hand kreeg hij in 1959 een gouden plaquette, de hoogste onderscheiding bij een concours in Rome.
Berend Max Möller (1944-1989) ging net als zijn vader naar de vioolbouwschool in Mittenwald, nadat hij een jaar scheikunde in Delft had gestudeerd. In 1973 ging hij bij zijn vader werken, die zich om gezondheidsproblemen in 1980 terugtrok. Max en zijn vrouw Cornélie runden de zaak verder. Berend Max Möller kwam in 1989 tijdens een roofmoord om het leven. Precies honderd jaar nadat zijn grootvader als leerling was begonnen.
Copyright: Het Parool
|
|